De plaatsbeschrijving is een __schriftelijke beschrijving__ van de toestand van de woning bij aanvang van de huur. Voor de geldigheid moet de plaatsbeschrijving worden opgesteld in aanwezigheid van zowel de huurder als de verhuurder.

Plaatsbeschrijving (Art. 9 & 39 VWHD)


Principe (Art. 9 Vlaams Woninghuurdecreet)

De plaatsbeschrijving is een schriftelijke beschrijving van de toestand van de woning bij aanvang van de huur. Voor de geldigheid moet de plaatsbeschrijving worden opgesteld in aanwezigheid van zowel de huurder als de verhuurder.

De bepalingen in de wet met betrekking tot de plaatsbeschrijving zijn van dwingend recht. D.w.z. dat hier niet van kan worden afgeweken en bepalingen die strijdig zijn met deze regeling kunnen worden vernietigd. Lees hierover meer hieronder.

De vaststelling dient gedetailleerd of omstandig te zijn. D.w.z. dat alle gedeelten van het huurpand nauwkeurig moeten worden beschreven, alsook de staat waarin deze zich bevinden. Foto’s kunnen het geheel verduidelijken.

Het louter vermelden in de huurovereenkomst dat de huurder het goed in goede staat heeft ontvangen volstaat niet. Evenmin volstaat een eenvoudige opsomming van de verschillende zaken die zich in het pand bevinden. Partijen kunnen zich eveneens laten bijstaan door een derde deskundige partij. Huur-Recht.be kan u helpen bij het opmaken van een plaatsbeschrijving of download hier een gratis model.


Wanneer?

De plaatsbeschrijving gebeurt best voorafgaand aan de huurperiode wanneer de ruimtes nog onbewoond zijn, maar het kan ook nog gedurende de eerste maand van bewoning. De plaatsbeschrijving moet vervolgens worden gevoegd bij de huurovereenkomst.

Net zoals het huurcontract moet de plaatsbeschrijving verplicht worden geregistreerd. De registratie gebeurt meestal samen met het huurcontract.

Wanneer partijen het niet eens zijn kan de Vrederechter een deskundige aanstellen voor het opmaken van de plaatsbeschrijving. Het verzoekschrift moet worden ingediend binnen een termijn van één maand nadat de bewoning is gestart.


Wie betaalt de intredende plaatsbeschrijving?

Het burgerlijk wetboek schrijft in art. 1730 voor dat de aanvangsplaatsbeschrijving voor gemeenschappelijke rekening wordt opgesteld. Dit wil zeggen dat elke partij de helft van de kosten van de aanvangsplaatsbeschrijving moet betalen. Er is daarbij geen verschil of een deskundige de plaatsbeschrijving opmaakt, of partijen dit zelf doen. Soms heeft elke partij haar eigen deskundige, zodat zij zelf de kosten hiervan moet dragen.

In het geval de rechter op verzoek van een van de partijen een deskundige aanstelt voor de opmaak van de plaatsbeschrijving kan deze rekening houden met de omstandigheden om de gerechtskosten te verdelen, maar vindt de plaatsbeschrijving alsnog voor gezamenlijke rekening plaats.


Gevolgen van de plaatsbeschrijving

Wanneer een omstandige plaatsbeschrijving werd opgesteld zal de huurder het pand moeten teruggeven in de staat waarin hij het heeft ontvangen, zoals beschreven in de plaatsbeschrijving. De schade kan worden verrekend met de waarborg. Voor schade ingevolge overmacht en ouderdom kan de huurder niet worden aangesproken. Partijen kunnen hiervan wel afwijken in het contract.

Wanneer geen omstandige plaatsbeschrijving werd opgemaakt geldt overeenkomstig artikel 1731 van het Burgerlijk Wetboek het wettelijk vermoeden dat de huurder het pand bij aanvang van de huurovereenkomst heeft ontvangen in de staat waarin het zich bevindt zoals het is op het einde van de huurovereenkomst.

De verhuurder zal de huurder in dat geval dus niet zomaar aansprakelijk kunnen stellen voor schade in het pand, tenzij hij de schade nog op een andere manier kan bewijzen. Hij mag dat bewijs leveren met alle rechtsmiddelen, maar in de praktijk is dit zeer moeilijk. Zo zullen eenvoudige offertes of foto's vaak niet volstaan.


Einde of uittredende plaatsbeschrijving (Art. 39 VWHD)

De huurder is aansprakelijk voor de beschadigingen of de verliezen die gedurende zijn huurtijd ontstaan, tenzij hij bewijst dat die zich buiten zijn schuld hebben voorgedaan.

Als een van de partijen daarom verzoekt, wordt door de partijen op het einde van de huur een omstandige plaatsbeschrijving opgesteld, op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening. Die plaatsbeschrijving wordt uiterlijk op het moment van de teruggave en aanvaarding van de sleutels van de huurwoning opgesteld.

Als de partijen geen overeenstemming bereiken, wijst de rechter bij wie de zaak aanhangig wordt gemaakt, met een verzoekschrift dat vóór het verstrijken van een termijn van één maand na de ontruiming van het goed ingediend is, een deskundige aan die de plaatsbeschrijving opmaakt. Het vonnis is uitvoerbaar niettegenstaande verzet en is niet vatbaar voor hoger beroep.

Als bij de aanvang van de huur tussen de verhuurder en de huurder een omstandige plaatsbeschrijving is opgemaakt, moet de huurder het goed teruggeven zoals hij het, volgens die beschrijving, ontvangen heeft, met uitzondering van hetgeen door ouderdom of overmacht is tenietgegaan of beschadigd en met uitzondering van hetgeen herstellingen behoeft die ten laste zijn van de verhuurder.

Als bij de aanvang van de huur geen omstandige plaatsbeschrijving is opgemaakt, wordt vermoed dat de huurder het gehuurde goed ontvangen heeft in de staat waarin het zich bevindt op het einde van de huurovereenkomst, behoudens tegenbewijs, dat door alle middelen kan worden geleverd.


Dwingend recht

Art. 6 VWHD bepaalt dat men niet kan afwijken van bovenstaande regels en andersluidende clausules nietig zijn. De regels aangaande de plaatsbeschrijving zijn dus van dwingend recht en werden vooral ingevoerd ter bescherming van de belangen van de huurder, aangezien deze vaak weinig keuze had bij de ondertekening van bepaalde clausules in het huurcontract.

Partijen kunnen in het huurcontract thans dus niet opnemen dat de huurder de volledige kosten van de inttredende plaatsbeschrijving moet dragen of de verhuurder de plaatsbeschrijving eenzijdig mag doorvoeren... Dergelijke clausules zijn niet geldig.


Wijzigingen tijdens de huurperiode (Art. 9 § 2 VWHD)

Als in de gehuurde plaatsen belangrijke wijzigingen zijn aangebracht nadat de plaatsbeschrijving is opgemaakt, kan elke partij eisen dat op tegenspraak en voor gemeenschappelijke rekening een bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving wordt opgemaakt. Het bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving wordt eveneens geregistreerd.

Als de partijen geen overeenstemming bereiken, wijst de rechter bij wie de zaak aanhangig wordt gemaakt met een verzoekschrift, een deskundige aan die het bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving opmaakt. Het vonnis is uitvoerbaar niettegenstaande verzet en is niet vatbaar voor hoger beroep.