• Uitspraak van: Hof van Cassatie
  • Datum van de uitspraak: 17/02/2017
  • Publicatie: http://www.cass.be (9/3/2017)
  • Onderwerp: Opzegging huurovereenkomst door een van de huurders

Samenvatting:

Wordt een huurovereenkomst gesloten met meerdere huurders, dan heeft iedere medehuurder, in beginsel het recht om met de verhuurder overeen te komen om de huurovereenkomst wat hem betreft te beëindigen. Een contractuele medehuurder kan dus perfect voor zijn deel opzeggen.


Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.16.0381.N A. N.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk van 30 januari 2014.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

  1. Krachtens artikel 1134, tweede lid, Burgerlijk Wetboek kunnen overeenkomsten niet worden herroepen dan met de wederzijdse toestemming van de partijen.

  2. Een huurovereenkomst met meerdere huurders doet aan de zijde van de verhuurder een ondeelbare verbintenis ontstaan tot het verschaffen van het huurgenot en aan de zijde van de huurders een deelbare of samengevoegde verbintenis tot betaling van de huurprijs, tenzij de hoofdelijkheid werd bedongen.

  3. Wordt een huurovereenkomst gesloten met meerdere huurders, dan heeft iedere medehuurder, in beginsel, het recht om met de verhuurder overeen te komen om de huurovereenkomst wat hem betreft te beëindigen. Indien in een dergelijk geval de huurovereenkomst die met één der huurders werd beëindigd, door de medehuurder wordt voortgezet, dan geldt deze vanaf dat ogenblik als enige contractpartij voor de toekomst.

  4. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de ontbinding van de huurovereenkomst door een wederzijds akkoord tussen de verhuurder en één der medehuurders krachtens artikel 1134, tweede lid, Burgerlijk Wetboek geen gevolg kan hebben ten aanzien van de eiseres als andere medehuurder, aangezien de huurovereenkomst werd “afgesloten tussen drie partijen, zodat de beëindiging ervan eveneens de instemming van elk der drie contractspartijen impliceert”, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

  1. Gelet op het antwoord op het eerste onderdeel kan het onderdeel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep.